Op 28 februari 1992 is aan de orgelbouwer Hendriksen & Reitsma gevraagd een offerte te maken voor een nieuw pijporgel ter vervanging van het Heyligersorgel voor de Evangelische Kerkgemeenschap te Zundert.
Op 1 december 1992 is de definitieve offerte tot stand gekomen.
De kas
De kas van het orgel bestaat uit geschilderd massief grenenhout. De kas is voorzien van royale kap- en onderlijsten.
De onderlijst is een getrouwe kopie van de bovenbekroning van het portaal. Bij de boveneinden van de frontpijpen is een fraai houtzaagwerk aangebracht.
Aan weerszijden van het front bestaan uit z.g. “wangen” van fraai houtzaagwerk.
Windvoorziening
Aan de rechterkant buiten het orgel bevindt zich de windvoorziening.
Deze ruim bemeten spaanbalg wordt gevoed door een geruisloos lopende windmachine die geplaatst is in een dubbelwandige geluiddempende motorkast.
In het aanvoerkanaal tussen de windmachine en de balg is een rolgordijn opgenomen, waarmee de windtoevoer naar de balg wordt geregeld.
Vanuit de balg leiden eikenhouten windkanalen de wind naar de windladen. De van de laden afgevoerde pijpen, zoals o.a. de frontpijpen, worden van wind voorzien d.m.v. loden konducten. Er is een inliggende kanaaltremulant toegepast.
Windladen
De drie windladen, één voor ieder werk, zijn vervaardigd uit 1e klas eiken en voorzien van mahoniehouten pijpstokken en roosters. Het cancellenraam van de laden is aan weerszijden voorzien van een watervast verlijmde dekplaat. Er zijn eikenhouten slepen toegepast, welke lopen tussen afdichtingsringen van een veerkrachtig en slijtvast viltmateriaal. De kleppen (ventielen) zijn beleerd met 1e klas schapenleer, er zijn klassieke leerpulpeten gemaakt, voorzien van trekdraden met gefestoneerde ogen.
De klaviatuur
De klaviatuur is ingebouwd in aan de linkerzijde van de orgelkas. De 2 manualen hebben een omvang van C t/m f’’’, 54 toetsen.
Het pedaal loopt van C t/m d’, 27 tonen van eikenhout. De ondertoetsen van de manualen zijn belegd met been.
De registerknoppen zijn gedraaid uit ebbenhout, boven en onder de knoppen zijn ebbenhouten naamplaatjes geplaatst, waarop de benaming in bladgoud is aangebracht.
De traktuur
De traktuur is zodanig geconstrueerd dat een optimale toucher is verkregen.
Teneinde de werking van het mechaniek geruisarm te houden zijn de draaipunten van enige invoering voorzien. Het mechaniek is vervaardigd uit eikenhout:
winkelhaakjes, walsramen, hefboompjes, e.d. De abstracten zijn vervaardigd uit Red-Cedarhout. Voor het registermechaniek is tevens staal toegepast voor de walsen en wippers.
Het karakter
De intonatie van het pijpwerk heeft een milde klank, waarbij de boventonen voldoende tot hun recht komen.
Stemming: bij gelijkzwevende temperatuur, toonhoogte: a = 440 Hz.