Dit jaar is het 150 geleden dat de schilder Vincent van Gogh in Zundert geboren werd. Wellicht heeft u al postzegels gezien of gekocht met schilderijen van Vincent van Gogh, een van de manieren waarop deze in zijn tijd miskende schilder nu geëerd wordt.
Vincent bracht zijn jonge jaren door in Zundert, een periode die behoorlijk bepalend is geweest voor de rest van zijn leven. Wekelijks kwam hij op weg naar de kerk langs het graf van zijn broertje, die ook de naam Vincent droeg. Dit moet hem enorm beïnvloed hebben. Op de grafsteen staat: ‘Laat de kinderkens tot Mij komen’.
Vincent had zeker ook zeer goede herinneringen aan Zundert en haar inwoners. Hij hield van de natuur, de mastbossen en de hei. Vanuit de pastorie liepen hij naar ‘de beek’, waar hij speelde. Later schreef hij aan zijn broer Theo: ‘weet gij nog hoe de spreeuwen te Zundert op de kerk konden zitten?’ (7 februari 1877) Nog steeds kan men tegen het vallen van de avond in de bomen rond de kerk de spreeuwen en kraaien horen en zien!
Vincents vader was gedurende meer dan 20 jaar predikant in Zundert. Later ging hij naar Helvoirt, Nuenen, en Etten. Deze dominee heeft de provincie Brabant dus nooit verlaten. Dat Vincent van Gogh aanvankelijk net als zijn vader dominee wilde worden, is echter weinigen bekend. Vincent werkte korte tijd in de Borinage als evangelist onder de mijnwerkers en hun gezinnen. Hij was zeer sterk begaan met het zware en moeilijke leven van deze mensen, zozeer dat hij zich met hen vereenzelvigde. Bij een mijnramp deelde hij de lakens van zijn bed uit om deze als verband dienst te laten doen. Zo’n instelling ging het kerkelijk genootschap waarbij hij in dienst was te ver, en Vincent werd ontslagen. Als reden werd opgegeven dat hij niet goed kon preken, de werkelijke reden was waarschijnlijk dat men de vergaande identificatie met de mensen ongepast vond. Doordat deze deur voor hem gesloten werd, ging Vincent zich noodgedwongen meer richten op het tekenen en schilderen, om zich uiteindelijk te ontplooien tot een bekwaam schilder.
De vraag is of Vincent met zijn verschuiving van evangelist\predikant naar tekenaar\schilder het evangelie en de kerk ook losgelaten heeft. Uit zijn brieven is op te maken dat hij door een aantal teleurstellende ervaringen met de kerk, waarbij ook zijn vader een rol speelt, niet echt meer geloofde in de kerk als instituut. Toch sprak hij, ook in latere tijd, nog wel over de grote betekenis van Christus. Men zegt wel dat het schilderij waarop Vincent de bijbel van zijn vader afbeeldt, de breuk met het christelijk geloof uitbeeldt. Op het schilderij zijn namelijk ook een een uitgedoofde kaars te zien en het boek van Emile Zola: Joie de Vivre. Toch is het schilderij ook anders uit te leggen; Vincent schilderde dit schilderij kort na de dood van zijn vader. De uitgedoofde kaars zou symbool kunnen staan voor het beëindigde leven van zijn vader. De bijbel is de huisbijbel van de familie, die voor Vincents vader een centrale betekenis in zijn leven had. Het boek van Zola duidt op een nieuw ontdekte waarheid in Vincents leven, maar niet per definitie in tegenstelling tot de afgebeelde bijbel. Beide boeken staan naast elkaar afgebeeld.
Het een sluit het ander niet uit. Vandaar dat het geheel denkbaar is dat Vincent nog steeds door het evangelie geboeid werd en dat ook in zijn schilderijen tot uitdrukking probeerde te brengen. Op een andere manier dan vroeger, in zijn jonge jaren. Niet met woorden maar met beelden. Zijn schilderijen vertolken het licht. En dat licht staat voor Vincent niet los van de opgestane Christus.
In een brief van 8 april 1877, verwoordt Vincent een bijzondere ervaring. Je zou het zijn Paasbrief kunnen noemen. Het spreekt over Pasen, de natuur in de omgeving van Zundert en het kerkhof bij de kerk.
‘Zaterdagavond vertrok ik met de laatste trein uit Dordrecht naar Oudenbosch en wandelde vandaar naar Zundert. Daar in de hei was het zo mooi, al was het donker, kon men toch onderscheiden hoe die heivlakte en mastbossen en moerassen zich heinde en ver uitstrekten. Het deed mij denken aan de plaat van Bodmer, die op Pa’s studeerkamer hangt. De lucht was grauw, maar de avondster scheen tussen de wolken door en nu en dan zag men ook andere sterren. Het was nog zeer vroeg toen ik te Zundert op het kerkhof kwam, waar het zo stil was. Ik ging nog eens zien naar al de oude plekken en paadjes en wachtte het opgaan van de zon af. Gij kent het verhaal van de Opstanding, alles herinnerde mij daar deze morgen aan op dat stille kerkhof.’
Ook interessant is een citaat uit een preek die hij als 23-jarige in Londen hield, vooral omdat dit een minder bekend aspect van Vincent van Gogh is. U vindt deze preek in de Verzamelde Brieven, deel 1. (Oktober 1876)
Deze preek ging over Psalm 119 vers 19 “Ik ben een vreemdeling op aarde…”
‘Het is een oud geloof, en het is een goed geloof, dat ons leven een pelgrimage is, - dat wij vreemdelingen op aarde zijn. Maar al is dit zo, dat we niet alleen zijn, want onze Vader is met ons. Wij zijn pelgrims, ons leven is een lange wandeling of reis van de aarde naar de hemel. .... Het einde van onze pelgrimage is het binnengaan in ons Vaders huis waar vele woningen zijn, waar Hij ons is voorgegaan om een plaats te bereiden....’
‘Wij zijn pelgrims op aarde en vreemdelingen- wij komen van ver en we gaan ver. De reis van ons leven gaat van de liefhebbende borst van onze moeder op aarde naar de armen van onze Vader in de hemel. Alles op aarde verandert- wij hebben geen blijvende stad hier- het is de ervaring van iedereen’.
Het thema van het vreemdelingschap, het pelgrim-zijn, hield Vincent al jong bezig, en mijns inziens is dat gedurende zijn hele leven zo gebleven. Hij werd vaak beschouwd als zonderling, zijn schilderijen werden gedurende zijn leven niet verkocht, maar in onze tijd is hij bijna geworden tot een soort profeet, met zijn weergave van de werkelijkheid. Met zijn weergave van het licht.
Hoe het ook zij, heel zijn leven bleef Vincent zich ‘een boer van Zundert’ voelen. Zo schrijft hij zijn moeder vanuit Frankrijk, in zijn laatste levensjaar(20-22 oktober 1889):
‘Ofschoon ik Parijs, Londen en zoveel andere grote steden zag en dat jarenlang, ik er toch min of meer als een boer van Zundert, b.v. Toon of Piet Prins, uit ben blijven zien.’
Loop rond in Zundert, op de begraafplaats en in het kerkje, bekijk de omgeving van Zundert. Ervaar een stukje van de jonge jaren van Vincent van Gogh.
Ds. Charlotte Inkelaar-de Mos, voormalig predikant Protestantse Kerk Zundert .
Anton Wessels. “Een soort bijbel. Vincent van Gogh als evangelist”. Uitgeverij Ten Have b.v., Baarn, 1990.
De brieven van Vincent van Gogh, red. H. Van Crimpen, Den Haag, 1990.


